Ga dichtbij staan
Met de winter komt de vorst. Je moet
misschien vroeg opstaan voordat het smelt, maar
de resultaten kunnen spectaculair zijn. Een boom
of hek bedekt met een ijslaagje kan een goed
onderwerp zijn, maar voor de beste foto's moet
je dichtbij gaan staan. Vul het beeld met enkel
een paar takjes, of een blad, zodat je de
ijskristallen kunt zien die een alledaags
onderwerp in iets speciaals veranderen. Maak
indien mogelijk de opnamen tegen de zon in,
zodat de kristallen van achteren belicht worden
en in het licht glinsteren.
Probeer een beetje kleur te vinden om aan je
foto toe te voegen. Het kan een blad zijn met
een rode of gele tint, of enkele gekleurde
bessen aan een struik.
Stel de cameralens op
de minimale brandpuntsafstand in om deze foto's
te maken. Of gebruik een close-uplens of andere
macro-accessoire. Gebruik indien mogelijk een
statief of andere camerasteun om bewegen van de
camera tegen te gaan. Als je camera voorzien is
van de modus voor diafragmaprioriteit (Av), stel
je een relatief grote lensopening (zoals f/4 of
f/5.6) in. Door de resulterende smalle
scherptediepte wordt de aandacht op het
hoofdonderwerp gericht.
Contrast toevoegen
Wintermist lijkt geen veelbelovende weersomstandigheid voor
het nemen van foto's, maar het kan effectief gebruikt worden. Zoek
een interessant onderwerp dat je op de voorgrond kunt plaatsen. Dit
kan een boom, wegwijzer of zelfs een persoon zijn. De mist zal niet
veel effect hebben op onderwerpen dicht bij de camera en deze zullen
een goed contrast hebben. Dingen die zich verder weg bevinden,
zullen echter in de mist vervagen waardoor de afbeelding een
ongelofelijk gevoel van diepte krijgt.
De flitser gebruiken
Winterdagen kunnen grijs en bewolkt zijn, daarom kun je buitenfoto's
van mensen in deze omstandigheden het beste met flits maken.
Daardoor worden hun gezichten wat lichter en gaan hun ogen
glinsteren. De ingebouwde flitser van een camera is meestal
effectief voor een afstand van 3 tot 4 meter. Als je onderwerp zich
echter wat verder weg bevindt, kun je de flits nog steeds gebruiken.
Het schaadt niet en kan nog steeds effectief zijn. Maak foto's met
en zonder flits zodat je het verschil kunt zien.
In sommige opnamestanden zal de flitser automatisch ingeschakeld
worden, maar bij de meeste camera's kun je de ingebouwde flitser
activeren als jij dat wilt. Hoe dan ook,
de camera zal
proberen de flitser aan te passen aan het omgevingslicht, zodat de
belichting uitgebalanceerd is.
Controleer voordat je naar buiten gaat of je voorbereid bent
op de winterse omstandigheden:
Houd de kou tegen
Zelfs als de zon schijnt, kan de temperatuur in de winter nabij, of
onder, het vriespunt liggen. Dikke handschoenen houden je handen
warm, maar maken het bedienen van de camera moeilijk. Kies voor
dunne wollen handschoenen waarmee je nog altijd de schakelaars en
knoppen kunt bedienen.
Het zijn niet alleen je handen die last
hebben van de kou. Je camera kan er wel tegen, maar de batterij
niet. Neem een reservebatterij mee in de binnenzak van je jas en
wissel deze na een tijdje om met de batterij in de camera. De
batterij van de camera kan dan weer een tijdje opwarmen. Blijf de
twee batterijen zo gedurende de dag omwisselen.
Houd je camera droog
Als je in de regen naar buiten gaat, word je onmiddellijk
nat. Als het sneeuwt, blijven de sneeuwvlokken echter een tijdje op
je kleren zitten voordat ze smelten. Bij je camera is dat anders:
deze is niet geďsoleerd en sneeuwvlokken smelten zodra ze de camera
raken. Water en elektronica gaan niet goed samen, dus is het
verstandig voorzorgsmaatregelen te treffen als je opnamen maakt
terwijl het sneeuwt.
In geval van nood voldoet ook een eenvoudige
plastic draagtas. Draai de draagzak ondersteboven en plaats de
camera binnenin aan de bovenkant (gewoonlijk de bodem van de tas).
Snij of scheur gaten in de tas voor de lens en de zoeker. Plaats je
handen in de tas om de camera vast te houden en te bedienen.
