|
Bron: www.canon.nl/youconnect |
Een onvergetelijke vakantie |
![]()
|
Als je graag fotografeert, heb je je camera
vermoedelijk altijd in de buurt. En op vakantie heb je hem
waarschijnlijk altijd bij je. Maar wat fotografeer je nu
precies? Ben jij zo iemand die voortdurend foto's maakt maar
nooit echt ziet waar je geweest bent? Zou je terug willen
komen met minder maar wel met betere foto's? Hier volgen
enkele tips waarmee je kunt beginnen.
Landschappen
Het vastleggen van de sfeer van een landschap in een foto is
niet gemakkelijk. Het gaat niet alleen om het uitzicht maar
ook om de geluiden en geuren, de wind en de warmte. Het is
niet mogelijk om dat allemaal met de camera vast te leggen.
Uiteindelijk bepalen de compositie en de belichting of een
landschapsfoto een succes is of niet. Heb je deze twee
aspecten goed, dan kan zelfs het meest alledaagse landschap
er prachtig uit zien. Heb je ze fout, dan ziet het
allermooiste landschap er alledaags uit.
Bij compositie gaat het allemaal om balans. Er zijn maar weinig landschappen waarbij het gehele beeld ongeveer hetzelfde is.
Bomen, gebouwen, muren, heuvels, bergen of andere elementen
onderbreken waarschijnlijk het uitzicht. Door je camera
gewoon een beetje te draaien, verplaats je het belangrijkste
onderwerp naar links, rechts, boven, beneden of het midden
van de opname.
De kunst van architectuur
Gebouwen zijn fascinerende onderwerpen om te fotograferen. De meeste landen hebben zo hun eigen architectuurstijl. Elke nieuwe reis die je maakt, biedt dus interessante mogelijkheden voor je camera. Moderne gebouwen kunnen het beste worden gefotografeerd bij helder, zonnig weer waarbij het sterke licht het strakke ontwerp en de scherpen hoeken accentueert. Oudere gebouwen komen beter tot hun recht in het warme licht van de zon in de vroege ochtend of late middag. Hierdoor komen de kleur en de textuur van steen beter uit. Een van de problemen die je bij het fotograferen van gebouwen zult ondervinden, is dat van 'convergerende lijnen'. Dit ontstaat wanneer je je camera naar boven kantelt om ook de bovenkant van een hoog gebouw vast te leggen.
De zijkanten van het gebouw lijken naar binnen te leunen. Als je dit wilt vermijden, zul je wat verder weg moeten gaan staan zodat je het gebouw in zijn geheel kunt fotograferen zonder je camera te hoeven kantelen. Als dit echter niet mogelijk is, kun je juist dichterbij gaan staan en de camera nog meer naar boven kantelen. Hierdoor convergeren de verticale lijnen nog meer waardoor de opname een bijzonder effect krijgt. Oog voor detail
Een klein beeldhouwwerkje boven een deur of een close-up van
een bloem in een veld kunnen de essentie van een bepaalde
plek net zo goed weergeven als een panoramafoto. De
oplossing is natuurlijk om beide soorten foto's te maken,
maar dat is niet altijd mogelijk als je maar weinig tijd
beschikbaar hebt.
Met ervaring en een goed oog voor een foto zie je de mogelijkheden en maak je de beste foto's met slechts enkele belichtingstijd. Het heeft gewoon wat tijd nodig – en heel veel oefening.
Welbestede tijd
Als je een fotogeniek onderwerp ziet, is de verleiding groot om maar meteen foto's te gaan maken. Dat is een prima idee als het onderwerp snel verandert. Een kleurige optocht in het centrum van de stad bijvoorbeeld. Neem snel wat foto's zo lang de gelegenheid er is. Maar als het onderwerp statisch is en je de tijd hebt, moet je eens een paar minuten op je gemak rond lopen om het beste gezichtspunt te zoeken. De meest voor de hand liggende uitgangspositie levert misschien niet het meest interessante plaatje op.
Door op de voorgrond een object te gebruiken dat de aandacht naar het hoofdonderwerp trekt, kun je een foto een sterk gevoel van diepte geven. Probeer het onderwerp in te kaderen, bijvoorbeeld met de takken van een boom of door een poortje. Dit zijn misschien allemaal fotografische clichés, maar ze werken nog steeds als je ze niet al te vaak gebruikt. Maak niet al je foto's of ooghoogte. Je krijgt vaak interessantere foto's als je de camera een eind omlaag of ver omhoog houdt.
Dat kan beide erg effectief zijn omdat het een beeld
geeft dat normaal niet wordt gezien. Door gewoon op
een muurtje te gaan staan, krijg je soms een andere
foto maar vergeet ook niet de gelegenheden die je
hebt door te fotograferen uit je hotelraam of vanaf
een dakterras.
Heb je de tijd, neem dan eens foto's van hetzelfde onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten. Sommige zullen beter geslaagd zijn dan andere maar dat zijn niet altijd de foto's die je verwacht.
Kleurbeheer
Zomervakanties roepen gewoonlijk herinneringen op aan warmte, licht en kleur dus dat moet je zien vast te leggen op je foto's. Landschappen die op de voorgrond helemaal groen zijn met daar boven een blauwe lucht zien er misschien aantrekkelijk uit als je er bent, maar doen het meestal niet goed als foto. Dus welke kleuren werken wel? Hier zijn enkele richtlijnen voor de fotograaf.
Rood is een warme, dominante kleur.
Zelfs een klein stukje rood in een foto
trekt al de aandacht. Dat kan een rode deur
in een gebouw zijn, of een rode bloem in een
veld.
Blauw is koel en kalmerend. Het lijkt in een foto vaak wat meer naar de achtergrond te treden. Groen, de kleur van de natuur, is ook een ontspannende kleur. Heel sterke kleuren zoals blauw en groen doen het op zich goed maar de wat vagere tinten kunnen het beste worden aangevuld met rood en geel. Geel is een heldere kleur die eruit springt. Puur geel zien we niet in de natuur. De kleur neigt vaak naar oranje of groen. Bruin is de kleur van de aarde en van houtachtige planten. Het is een hele goede achtergrond voor andere kleuren maar levert praktisch nooit een aantrekkelijk plaatje op wanneer het als hoofdkleur wordt gebruikt. En tenslotte…
|