|
De crop-factor
We horen nogal eens de term ‘crop-factor’ vallen.
Ook tijdens de educreatieve lezing van Martin Hierck op 26 september nog.
Wellicht kan de volgende informatie wat verduidelijken voor wie ‘croppen’
(letterlijk: uitsnijden) geen gesneden koek is.
De crop-factor is de verhouding
tussen de diagonalen van twee opnameformaten, te weten die van de digitale
sensor en die van het referentieformaat, meestal het
kleinbeeldformaat
van 24 x 36 mm. Vermenigvuldiging van een
brandpunts-afstand
van een
objectief met
de crop-factor geeft de brandpuntsafstand van een
objectief met dezelfde
beeldhoek als
gebruikt op het referentieformaat.
Het kennen van de crop-factor voorziet in de
behoefte van sommigen om de brandpuntsafstand van lenzen van digitale
camera's te kunnen vergelijken met het equivalent van het kleinbeeldformaat (24
x 36 mm). De vraag is of je er in de praktijk wat aan hebt. Het gaat immers om
wat je feitelijk ziet.
1. Berekening
- De diagonaal van het kleinbeeldformaat is ca. 43,3 mm
– volgens Pythagoras is het de vierkantswortel uit (242 + 362)
- De diagonaal van een beeldsensor is bijvoorbeeld 25,6
mm (opgave fabrikant of berekend uit de afmetingen van de beeldchip).
- De crop-factor is 43,3 / 25,6 = 1,69. Afgerond op 1,7.
2. Een voorbeeld.
De crop-factor van een camera is in dit voorbeeld 1,5.
- Dat betekent dat de beeldhoek van een objectief met
een brandpuntsafstand van 28 mm op een digitale camera met een kleinere
sensor dan 24 x 36 mm, overeenkomt met die van een objectief van 42 mm op
een kleinbeeldcamera
- De beeldhoek van een 28 mm objectief op een digitale
camera is vrijwel gelijk aan die van een 42 mm objectief op een
kleinbeeldcamera.
- Als een foto wordt gemaakt met een objectief met
dezelfde brandpuntsafstand (bijvoorbeeld 50 mm) op een digitale camera en
een kleinbeeldcamera, dan zal de foto van de digitale camera een uitsnede (crop)
zijn van de kleinbeeldfoto, het lijkt alsof de digitale foto is gemaakt met
een 75 mm objectief op de kleinbeeldcamera, dus met matig tele.
3. Veel voorkomende sensorafmetingen en hun
cropfactor.
|
sensor type/maat |
aspect ratio |
breedte mm |
hoogte mm |
diagonaal mm |
crop-factor |
|
1/4" |
4:3 |
3,2 |
2,4 |
4 |
10,82 |
|
1/3" |
4:3 |
4,8 |
3,6 |
6 |
7,21 |
|
1/2" |
4:3 |
6,4 |
4,8 |
8 |
5,41 |
|
2/3" |
4:3 |
8,8 |
6,6 |
11 |
3,93 |
|
1" |
4:3 |
12,8 |
9,6 |
16 |
2,70 |
|
4/3" |
4:3 |
17,8 |
13,4 |
22,28 |
1,94 |
|
APS(C) |
3:2 |
25,1 |
16,7 |
30,15 |
1,44 |
|
Nikon 'APS' |
3:2 |
23,7 |
15,6 |
28,37 |
1,52 |
|
Canon 'APS' |
3:2 |
22,7 |
15,1 |
27,26 |
1,59 |
|
35mm |
3:2 |
36,0 |
24,0 |
43,27 |
1,00 |
Met aspect ratio wordt bedoeld de verhouding tussen lengte
en breedte van de sensor en dus uiteindelijk van het beeld. Die ratio kan van
belang zijn bij het laten afdrukken van foto’s door een centrale, waarbij de
maten van de aspect ratio soms automatisch aangepast wordt aan wat de centrale
kan verwerken.
4. Analoge en digitale lenzen.
In reclamefolders zie je nog wel eens digitale lenzen
aangeboden worden. Dat is deels onzin: een lens levert altijd een analoog
gevormd beeld. Bedoeld wordt meestal, dat de lenzen lichter zijn, niet alleen
omdat er vaak en veel kunststof in wordt gebruikt, maar vooral ook omdat ze een
kleinere beeldcirkel hoeven te produceren dan nodig is bij full frame (=
kleinbeeld): de objectiefelementen kunnen kleiner en dus goedkoper zijn dan bij
kleinbeeld nodig zou zijn geweest. Voorbeeld: de beeldcirkel voor APS(C)-formaat
is ca. 31 mm in doorsnede, die van een full-framecamera tenminste 44 mm. Zie
hier het verschil in prijs en kwaliteit.
Tiemen
(Uit: Diverse bronnen)

|